fiscalistenonline.nl: Fiscale stimulering arbeidsparticipatie steeds minder effectief
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Fiscale stimulering arbeidsparticipatie steeds minder effectief

Het fiscaal stimuleren van arbeidsparticipatie heeft steeds minder effect in Nederland, zo blijkt uit de publicatie Kansrijk Arbeidsmarktbeleid dat door het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is gepubliceerd.

En dat is een domper voor de geplande belastingherziening, waarbij de arbeidsmarkt naast het reduceren van de complexiteit het belangrijkste speerpunt is. Wel blijkt dat de keuze om wel of niet te gaan werken nog steeds gevoeliger is voor fiscale prikkels dan het aantal dagen per week waarop wordt gewerkt. Vooral moeders van jonge kinderen zijn nog fiscaal te prikkelen om (meer) te gaan werken. Een hogere inkomensafhankelijke combinatiekorting of een lager kindgebonden budget zijn voorbeelden van beleidsopties die relatief veel werkgelegenheid opleveren.


Schijftarieven, algemene heffingskorting en btw

Generiek fiscaal beleid heef slechts een gering effect op de arbeidsparticipatie. Het verlagen van de schijftarieven verlaagt met name de marginale belastingdruk, die in theorie werknemers stimuleert om meer uren per week te werken. Maar doordat de keuze voor het aantal uren per week nauwelijks reageert op financiële prikkels, is het effect klein. Ditzelfde geldt voor de indirecte belastingen (btw). Ook het verlagen van de algemene heffingskorting, die het netto inkomen van iedereen verlaagt, heef vanwege het generieke karakter geen grote effecten. De spreekwoordelijke uitzondering op de regel is de zorgtoeslag. Het verlagen van de zorgtoeslag heef een aanzienlijk positief effect op de arbeidsparticipatie. De keerzijde is dat dit ook leidt tot een aanzienlijke stijging van de inkomensongelijkheid.

Maatregelen werkenden
Ook de effectiviteit van fiscale subsidiëring van werk via een arbeidskorting of lagere werkgeverslasten is door de reeds hoge arbeidsparticipatie tegenwoordig gering, vooral als deze generiek worden ingezet. De resterende personen die niet actief zijn op de arbeidsmarkt, zijn moeilijker te prikkelen om te gaan werken. Bovendien is de groep werkenden tegenwoordig groot, waardoor de kosten van een hogere arbeidskorting en lagere werkgeverslasten hoog zijn. Als de hogere arbeidskorting of loonkostensubsidie gericht wordt op de lagere inkomens, dan wordt deze effectiever. Ook daalt de inkomensongelijkheid dan sterker. Bij lastenverlichting gericht op de onderkant van het loongebouw daalt echter de gemiddelde arbeidsproductiviteit, omdat met name personen met een lager dan gemiddelde productiviteit worden gestimuleerd om (meer) te gaan werken. Het effect op de productie is daarom vergelijkbaar met de generieke lastenverlichting voor werkenden of hun werkgevers.

Werkende ouders

Fiscaal beleid specifiek gericht op moeders met jonge kinderen zorgt voor de grootste verhoging van de arbeidsparticipatie. De gepresenteerde aanpassingen in de kindregelingen bereiken met een kleinere budgettaire impuls (0,5 miljard euro per variant) minimaal evenveel verhoging van de arbeidsparticipatie als generieke maatregelen met 1,5 miljard euro. Wel verhogen sommige van deze maatregelen de inkomensongelijkheid, doordat ze voor gezinnen een aanzienlijke inkomensverlaging impliceren. Juist deze inkomensdaling maakt het, in geval van lagere kinderbijslag of lager kindgebonden budget, aantrekkelijker om te gaan werken. Het effect van een verlaging van het kindgebonden budget is groter dan het effect van een verlaging van de kinderbijslag, zowel in termen van arbeidsparticipatie als in termen van inkomensongelijkheid.

Niet alleen het inperken van inkomensondersteuning voor ouders met jonge kinderen verhoogt de arbeidsparticipatie, maar ook het verhogen van subsidies voor deze groep. De inkomensafhankelijke combinatiekorting stimuleert moeders met jonge kinderen om (meer) te gaan werken. Ook een verhoging van de kinderopvangtoeslag levert werkgelegenheid op. Vanuit de overheidsfinanciën gezien heef een verhoging van de kinderopvangtoeslag echter als nadeel dat deze leidt tot substitutie van informele door formele kinderopvang. Hij is daardoor minder effectief dan een verhoging van de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Bron: Taxence

Eerder geplaatste artikelen

Geen FE tussen zusterbv’s is discriminatie
Het vormen van een fiscale eenheid (FE) tussen Nederlandse zustermaatschappijen is toegestaan, ook als de moedermaatschappij niet in de Europese Unie is gevestigd. De zustermaatschappijen mogen niet w...
Lees meer...
Belangrijkste wijzigingen belastingen 2016
Op 22 december 2015 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2016. Dat betekent dat de belastingtarieven wijzigen per 1 januari. In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financi&eu...
Lees meer...
Vermogensetikettering: privé- of bedrijfsvermogen?
De ondernemer die een pand koopt en dat voor zakelijke én privédoeleinden gaat gebruiken, moet de regels van de vermogensetikettering op dat pand toepassen. Centrale vraag daarbij is o...
Lees meer...
Hier klikken